Bouwen met VEX V5-motorgroepen

Bij het bouwen van een aangepaste VEX V5-robot heb je soms gewoon meer kracht nodig. Een eenvoudige manier om dit te doen, is door een andere motor toe te voegen. Deze twee motoren die samenwerken, staan bekend als een motorgroep.

Dit artikel zal uitleggen:


Hoe motorgroepen mechanisch met elkaar verbonden zijn

Om twee motoren samen te laten werken, moeten ze op de een of andere manier mechanisch met elkaar verbonden zijn.

Enkele methoden om motoren mechanisch met elkaar te verbinden zijn:

image9.png

Beide motoren delen dezelfde aandrijfas.

image16.png

Beide motoren delen dezelfde versnellingsset.

afbeelding15.png

Beide motoren delen hetzelfde ketting- en tandwielsysteem.

afbeelding1.png

Beide motoren hebben wielen aan dezelfde kant van de aandrijflijn.


Het belang van de draairichting van de motor

Wanneer twee motoren samenwerken, is het erg belangrijk dat de richting waarin elke motor draait niet met elkaar in gevecht is. De oriëntatie van de motoren ten opzichte van elkaar bepaalt in welke richting ze moeten draaien. Een typische robotarm met twee motoren die samenwerken om de arm op te tillen, is een voorbeeld van hoe dit werkt.

image21.png

In dit geval moet het aangedreven tandwiel dat aan de rechterkant van de arm is bevestigd, tegen de klok in draaien om de arm op te tillen. Aangezien het aandrijftandwiel in de tegenovergestelde richting van het aangedreven tandwiel op de arm moet draaien, moet de rechtermotor van de arm het kleinere aandrijftandwiel met de klok mee draaien.

afbeelding13.png

Aan de linkerkant van de arm moet het aangedreven tandwiel echter in de tegenovergestelde richting of met de klok mee draaien. Dit betekent ook dat de linkermotor in de tegenovergestelde richting tegen de klok in moet draaien.

afbeelding20.png

Als algemene regel geldt dat als de twee motoren in een motorgroep tegenover elkaar staan, zoals in de toepassing met de arm erboven, de spin van één motor in de motorgroep moet worden omgekeerd, zodat de motoren niet tegen elkaar vechten.

image19.png

Als de motoren in dezelfde richting wijzen, moeten beide motoren in de motorgroep in dezelfde richting draaien.

image11.png

Bij gebruik van VEXcode V5 is het zeer eenvoudig om een motor binnen een motorgroep om te keren. Dit kan wanneer u de motorgroep als apparaat toevoegt.
Voor meer informatie over het configureren van een motorgroep in VEXcode V5, bekijk dit artikel uit de Knowledge Base.


Toepassingen waarin motorgroepen nuttig zullen zijn

De principes van mechanisch voordeel vertellen ons wanneer:

  • Er moet meer gewicht worden getild.
  • Er moet meer afstand worden afgelegd.
  • Er is meer snelheid nodig.
  • Er zal meer kracht nodig zijn.

Deze principes zijn zowel zichtbaar bij robotarmen als bij aandrijflijnen.

Robotarmen

afbeelding6.pngafbeelding2.png

Een enkele zwenkarm kan mogelijk lichte dingen optillen met een enkele motor. Als de arm echter een zwaar voorwerp moet tillen, kan een tweede motor nodig zijn.

image18.pngafbeelding14.png

Bij het ontwerpen van geavanceerde armen, zoals een zes-bar of een dubbel-reverse vier-bar, zijn twee motoren nodig. Dit komt omdat deze armen in staat zijn om objecten hoger en sneller op te tillen.

Aandrijvingen

afbeelding3.png

Bij het ontwerpen van een aandrijflijn wil je misschien sneller gaan, steiler klimmen of meer duwen met je robot. Met een viermotorige aandrijflijn kunt u dit bereiken.

afbeelding12.png

VEXcode V5 heeft een DRIVETRAIN 4-motorig apparaat waarmee u uw aandrijflijn kunt programmeren.
Voor meer informatie over het configureren van een 4-motoraandrijving, bekijk dit artikel uit de Knowledge Base.

Een 4-Motor Drivetrain-apparaat beperkt het draaien van uw robot echter tot draaiende bochten. Als uw robotnavigatie verschillende bochten vereist, kunnen motorgroepen deze toestaan.


Motorgroepen gebruiken voor verschillende soorten bochten

Een schrankladerrobot is een robot die draait door de snelheid en richting van de aandrijfwielen aan weerszijden van de robot aan te passen. De soorten bochten zijn:

image4.pngafbeelding5.png

Draaidraaiingen: dit type draai draait op een middelpunt tussen de aandrijfwielen. Dit gebeurt wanneer het aandrijfwiel/de aandrijfwielen aan de ene kant van de robot achteruit bewegen naar het aandrijfwiel/de aandrijfwielen aan de andere kant van de robot. Dit type bocht is handig wanneer de robot op zijn plaats moet draaien.

afbeelding10.pngafbeelding8.png

Slepende bochten: dit type bocht heeft het draaipunt aan de zijkant van de robot. Dit gebeurt wanneer het aandrijfwiel/de aandrijfwielen aan de ene kant van de robot vooruit of achteruit bewegen en het aandrijfwiel/de aandrijfwielen aan de andere kant van de robot niet bewegen. Dit type beurt kan handig zijn bij het opstellen van een speelstuk.

afbeelding7.pngafbeelding17.png

Boogdraaiingen: bij dit type bocht bevindt het draaipunt zich buiten de aandrijflijn van de robot. Dit gebeurt wanneer het aandrijfwiel/de aandrijfwielen aan de ene kant van de robot sneller of langzamer draaien dan het aandrijfwiel/de aandrijfwielen aan de andere kant van de robot. Dit type bocht zorgt voor een kortere reisafstand bij het navigeren rond obstakels.