V5 Smart Motors configureren in VEXcode V5

Als u begint te programmeren met VEXcode V5, verschijnen er geen motorblokken in de Toolbox totdat er een motor is geconfigureerd.

Dit zijn de verschillende opties bij het configureren van een motor:

  • Een motor toevoegen
  • Het poortnummer van een motor wijzigen
  • Motorrichtingen een naam geven
  • Een motor hernoemen
  • Een motor omkeren
  • Een motor verwijderen
  • Een uitrustingspatroon vervangen

Een motor toevoegen

Om een motor te configureren, selecteert u de knop Apparaten om het venster Apparaten te openen.

Selecteer 'Een apparaat toevoegen'.

Selecteer "Motor".

Selecteer op welke poort de motor is aangesloten op de VEX V5 Brain. Poorten die al voor andere apparaten zijn geconfigureerd, zijn niet beschikbaar.

Nadat de motor is geconfigureerd, selecteert u "Gereed" om het apparaat in de configuratie te plaatsen.

Opmerking: Als u 'Annuleren' selecteert, worden alle wijzigingen die u aan het apparaat heeft aangebracht ongedaan gemaakt en maakt deze geen deel uit van de configuratie.

Opmerking: Zie de aanvullende opties hieronder om de motor verder te configureren.


Het poortnummer van een motor wijzigen

U kunt het poortnummer voor de motor wijzigen door eerst de motor te selecteren in het venster Apparaten.

Selecteer vervolgens het plug-pictogram in de rechterbovenhoek van het scherm Opties.

Selecteer de poort op het scherm Poortselectie en het poortnummer wordt groen. Selecteer vervolgens "Gereed" om de wijziging door te geven.


Motorrichtingen een naam geven

In het scherm Motoropties kunt u de richtingen waarin de motor draait, hernoemen van de standaard "vooruit" en "achteruit". Als u bijvoorbeeld de armmotor van een VEX V5 Clawbot configureert, kunt u de richtingen hernoemen naar "Omhoog" en "Omlaag". Selecteer vervolgens Gereed om de apparaatwijzigingen in de configuratie door te geven.



Een motor hernoemen

U kunt de motor ook hernoemen door de naam te wijzigen in het tekstvak bovenaan het scherm Opties. Als u een ongeldige naam selecteert, wordt het tekstvak rood gemarkeerd om aan te geven. Selecteer vervolgens "Gereed" om de apparaatwijzigingen in de configuratie door te geven.

Als u de naam wijzigt van een motor die al in uw project wordt gebruikt, moet u de motornaam in het blok bijwerken naar de nieuwe naam met behulp van de vervolgkeuzelijst.


Een motor omkeren

In het scherm Opties kan ook de draairichting van de motoren worden omgedraaid.


Een motor verwijderen

Motoren kunnen ook worden verwijderd door de optie "Verwijderen" onderaan het scherm te selecteren.

Opmerking: Als u een motor verwijdert die al in uw project wordt gebruikt, werkt het project pas als de blokken die die motor gebruiken, zijn ook verwijderd.


Een uitrustingspatroon vervangen

In het scherm Opties kan ook de tandwielpatroon worden vervangen.

Opmerking: Devan de motor wijzigen  versnellingspatroon zal ook de kleurindicator op de motor veranderen.